Actieknop
In gesprek met onze dirigent Theo Brouwers

In gesprek met onze dirigent Theo Brouwers

Wie op dinsdagavond de repetitiezaal binnenstapt, ziet hem als eerste staan: met de partituur al opengeslagen, een glimlach klaar en een kop koffie binnen handbereik. Theo Brouwers zwaait al jaren de scepter bij Klankrijk. We gingen met hem in gesprek over muziek, mensen en het geheim van een koor dat blijft stralen.

Hoe ben je bij Klankrijk terechtgekomen?

“Eigenlijk heel toevallig,” lacht Theo. “Ik viel ooit een avond in voor een collega die ziek was. Die ene dinsdag werden er twee, en voor ik het wist hoorde ik er gewoon bij. Wat me direct raakte, was de warmte in de groep. Hier zingen mensen niet alleen voor zichzelf, ze zingen voor elkaar. Dat voel je meteen, en dat is precies wat ik zoek in een koor.”

Inmiddels kent hij iedere stem. “Ik weet wie er nét te vroeg inzet, wie altijd vals naar boven kruipt aan het eind van een lange zin, en wie er stiekem het meest geniet. Dat is geen kritiek, dat is liefde voor het vak. Een dirigent moet zijn koor kennen zoals een tuinman zijn tuin kent.”

Die band met de groep is door de jaren heen alleen maar hechter geworden. “In het begin sta je vooral vooraan te zwaaien met je armen,” vertelt hij. “Maar na een tijd hoef je bijna niets meer te doen. Een blik volstaat, een opgetrokken wenkbrauw, een klein gebaar. Dan weet het koor precies wat ik bedoel. Dat vertrouwen bouw je niet in een paar weken op, dat groeit met de jaren. En het is misschien wel het mooiste wat dit werk te bieden heeft.”

Wat maakt een repetitie geslaagd?

Voor Theo draait het zelden om perfectie. “Een mooie repetitie herken je niet aan foutloze noten, maar aan de stilte vlak nadat een stuk eindigt. Als niemand iets durft te zeggen omdat het te mooi was, dan weet ik: dit zit goed. Daar doen we het voor.”

Toch heeft hij wel degelijk een aanpak. Hij let vooral op:

  • Luisteren naar elkaar. “Zingen is voor de helft luisteren. Wie alleen zijn eigen partij hoort, valt buiten de groep.”
  • Ademen als één lichaam. “Als veertig mensen op hetzelfde moment inademen, ontstaat er iets magisch. Dat is geen techniek, dat is vertrouwen.”
  • Plezier voorop. “Een gespannen koor zingt nooit vrij. Daarom mag er bij ons gelachen worden, juist tijdens het werk.”

Toch is hij niet bang om de lat hoog te leggen. “Mensen denken weleens dat warmte en discipline elkaar bijten, maar dat is onzin. Juist omdat we elkaar zo goed kennen, durf ik veel te vragen. Als ik zeg dat we een passage nog tien keer overdoen, weet iedereen dat het niet om mij gaat maar om het stuk. En als het dan eindelijk klinkt zoals het moet, zie je de hele zaal stralen. Dat harde werken, dat hoort er gewoon bij.”

Heb je een lievelingsmoment?

“Het kerstconcert, elk jaar opnieuw,” zegt hij zonder twijfel. “Die laatste avond, kaarslicht in de zaal, het publiek dat meeneuriet en dan dat slotakkoord dat blijft hangen onder het gewelf. Op zo’n moment zie ik in de ogen van de zangers iets oplichten. Dan weet ik weer waarom ik elke dinsdag met plezier naar Maastricht rijd.”

Tot slot vroegen we hem wat hij zou zeggen tegen iemand die twijfelt om mee te komen zingen. Hij dacht even na. “Kom gewoon één keer. Ga achterin staan, doe niets, luister alleen. Ik durf te wedden dat je bij de tweede keer al meedeint. Zingen is geen talent dat je hebt of niet hebt, het is een deur die je openzet. En achter die deur staat hier een hele vrolijke club mensen op je te wachten.”

Wil je Theo en het koor zelf eens aan het werk zien? Je bent elke dinsdagavond van harte welkom. Loop gerust eens binnen, de koffie staat klaar.